|
|
zondag 17 juli 2005 (Dawson City)
Na de slechte nachtrust en de lange dag van gisteren, hebben we vanochtend lekker uitgeslapen. Het was toch druilweer. De bewolking hing vrij laag en tijdens het ontbijt begon het te regenen, gelukkig maar een uurtje, daarna kwam de zon er weer bij. Nadat we de koffie op hadden zat ik in mijn mok te staren. "Wat doe je?" vroegen ze me. "Koffiedik kijken" zei ik."En, zie je wat?"."Ja, we gaan niet rijk worden vandaag!" Dawson City ligt namelijk in de Klondike, een van de bekendste gebieden uit de tijd van de Goldrush.
In de loop van de ochtend zijn we naar het visitorcenter in Dawson City gegaan. Er stonden een vrouw en een man achter de balies, beiden in een outfit gestoken uit de tijd van de goldrush, zo rond 1900. Het visitorcenter zelf is ook erg leuk ingericht. Een gedeelte ervan is net als een winkel uit die tijd opgebouwd. Het personeel wist ook goed de vragen die we hadden te beantwoorden. We wilde namelijk goud gaan delven, tenslotte zijn we hier in de Klondike, en ook wij willen wel in een dag rijk worden.
Eerst zijn we naar een mijnconcessie (hier claim genoemd) gegaan waar ze je leren hoe je goud moet "pannen". De weg ernaar toe is een gravelpad en overal liggen hopen grind en steen, uitgespuugd door enorme graafmachines, op zoek naar goud. De claim wordt zo te zien voor twee doeleinden gebruikt. Men zoekt hier zelf nog naar goud, en probeert wat souvenirs aan toeristen te verkopen. We krijgen voor zes dollar de man een pan uitgereikt met een laag zand erin. Buiten staan grote bakken met water, waar ons geleerd wordt hoe we het zand uit de pan kunnen krijgen en het goud erin laten zitten. Men heeft hier in elke pan een aantal goudsnippertjes gedaan, dus je hebt hier gegarandeerd goud (als je het goed pant tenminste). Inderdaad hebben we na een kwartiertje schudden en spoelen allemaal wat minuscule stukjes goud overgehouden. Deze worden voorzichtig in een klein flesje gestopt. Voor twee dollar kun je hier een pan huren om verderop zelf naar goud te gaan zoeken in de bergen. Men heeft hier één claim waar toeristen zelf naar goud mogen zoeken, om zo een idee te krijgen hoe zwaar dat vroeger moest zijn geweest voor de goudzoekers.
Volgens de eigenaresse van de claim wonen hier nog zo'n 150 actieve goudzoekers. Het hele gebied is opgedeeld in claims en overal zien we graafmachines en "sluice boxes" staan. (kom ik later nog op terug). Overigens geloof ik niet dat het een vetpot is, te oordelen naar het aantal oude stacaravans en oude pick-up trucks die je hier ziet.
We rijden naar claim #6 en gaan aan de slag. Aan de ene kant van de weg graven onze pannetjes vol en steken de weg over naar de rivier. Het pannen was hier heel wat moeilijker; veel modder, stenen en plantenresten in plaats van het mooie, schone, scherpe zand waarmee we het geleerd hebben. De eerste paar pannen leveren dan ook niks op. Totdat Kathleen beet heeft! Ze heeft een enorme nugget in haar pan, nadat alle rotzooi eruit gespoeld is. Gelukkig heeft ze een makro stand op haar fototoestel, want met het blote oog is het goudsnippertje nauwelijks te onderscheiden. Maar toch, we zijn wel jaloers, want het zal die middag het enige snippertje blijken te zijn die we met zijn vieren uit de grond weten te halen. Ik had dus goed in m'n koffiedik gekeken, geen fortuin voor ons vandaag! Als het om een uur of half zes begint te regenen, stoppen we ermee. We brengen de pannetjes terug en gaan nog even kijken bij Dredge #4.
Dit is een enorme goudwinmachine die hier achter gelaten is. Aan een kant van de machine zit een baggermolen die met stalen bakken de rivierbodem weg graaft. De stenen en grond komen dan op een zeef terecht waar de grote stenen verwijderd worden en afgevoerd, via een transportband, naar de andere zijde van de machine. hier worden de stenen weer in de rivierbedding gedumpt. Het kleinere spul gaat, samen met het goud, naar een sluicebox. Dit zijn schuin aflopende goten met ribbels erop. Het goud, dat 18 keer zwaarder dan water is, blijft hierachter hangen, terwijl het zand en de stenen met water worden afgevoerd. Zo werkt het eigenlijk ook met een pannetje. Doordat het pannetje met water wordt gevuld en het je heen en weer schudt, zakt het goud naar de bodem.
Tegen acht uur waren we in Dawson City, bij Diamond Tooth Gertie. Dit is een bar / casino / cafe waar ook drie keer per avond een show wordt opgevoerd, ongeveer zoals dat vroeger ook gebeurde. Dat betekend dus Can-Can Girls! Je begrijpt dat wij, de mannen, daar wel voor te porren waren. De entree kostte zes dollar per persoon. Binnen zag het er, net als buiten overigens, erg leuk uit. Je waande je gelijk in de tijd van de goudzoekers. We hebben wat te eten gehaald en zijn aangeschoven bij een stel uit Australië en een stel uit Canada dat op de motor aan het rondtoeren is. Een internationaal gezelschap mag je wel zeggen dus. Een pianist en klarinettist annex saxofonist zorgen voor de muziek en het klinkt erg goed. Om half negen gaat het doek op en komt Diamond Tooth Gertie op, gekleed in een outfit van 100 jaar geleden. Ze zingt een lied wat ook erg goed klinkt. dan komen de Can-Can Girls aan de beurt. Ik heb het idee dat elk moment Lucky Luke binnen kan lopen; de show ziet er echt zo uit als Morris altijd tekende in zijn stripverhalen. De vier dames zijn erg lenig en ze kunnen hun benen hoger opzwaaien dan ik (wat waarschijnlijk niemand erg zal vinden, ik weet wel wat mooier is om naar te kijken!).
Als Gertie weer opkomt en een nummer inzet over kale mannen vrezen Theo en ik het ergste, maar gelukkig zijn er nog veel kalere in het publiek en die worden dan ook door Gertie flink over de bol geaaid en gekust. De show duurt een half uur en is echt de moeite waard. Onvoorstelbaar dat ze hier maar 4 euro toegang voor vragen. Dan mag je ook nog eens de hele avond blijven zitten en kun je alle drie de (verschillende) voorstellingen zien.
Na de show schuiven we aan bij een black jack tafel. Ze hebben hier een minimum inzet van twee dollar dus blijft het nog leuk. We waren begonnen met tien dollar aan fisches en we hebben allebei op zo'n veertig dollar winst gestaan! Helaas zijn we niet gestopt op het hoogtepunt; Theo is met $20 en ik $10 winst naar huis gegaan! We hebben dan wel niet de bank laten springen en we hoefden ook Gertie niet haar diamant uit haar gebit te breken, maar we heben wel een super avond gehad voor maar een paar dollar. Had ik toch niet goed in m'n koffiedik gekeken! De drankjes waren hier trouwens ook niet duur; zes euro voor twee cola en twee bier, daar hoef je in Europa niet op te rekenen, zeker niet in een toeristisch gebied als dit.
Toen we na afloop weer buiten kwamen viel het ineens weer op dat het hier zo lang licht is. De zon scheen nog volop terwijl het tegen elven liep. We zijn nog even door Dawson City heen terug gelopen naar de bus. Het is best een leuk plaatsje voor een wandeling. De straten zijn onverhard en er staan nog veel huizen uit de goudzoekers tijd. Vooral de oudere huizen staan schots en scheef. Dat komt omdat men toentertijd de huizen gewoon zo op de grond neerzette. Als in de winter de kachel flink werd opgestookt, smolt de permafrost en veranderde de anders zo stevig bevroren grond in een drassige blubberpoel. Later zijn ze de huizen dan ook op palen gaan zetten.
Alles bij elkaar vinden wij Dawson City erg leuk en echt de moeite waard om een dag (of een paar) te blijven. De gemeenteraad van New Orleans zou hier eens een kijkje moeten komen nemen, dan kunnen ze leren hoe ze een historische stad moeten opzetten zonder dat het ranzig wordt (zie onze verslagen van 2000).
Frank |